Advies en informatie

Bel voor meer informatie of een vrijblijvend adviesgesprek met ons centrale kantoor in Veeningen of één van onze Interfarms makelaarskantoren.

logo interfarms 300x100
T 0528 - 39 11 11
info@interfarms.nl
Pieperij 11, Veeningen


logo Achterhof makelaardij - 250 x 75
T 0594 - 50 62 23
info@achterhofmakelaardij.nl
Langestraat 40, Noordhorn


logo Heero Boer - 250 x 75
T 06 - 51 33 73 84
boer@interfarms.nl
De Vesting 35, Dalfsen

logo vlnn makelaars - 250 x 75
T 0348 - 74 84 11
vlnn@interfarms.nl
Laageind 11a, Driebruggen



Veel gestelde vragen

Op onze online veilingsite worden de Fosfaatrechten aangeboden als netto kilogrammen, de afroming van 10% is hierin al in verwerkt. Dat wil zeggen dat u als koper betaalt voor wat u krijgt. 

Het doel van het fosfaatrechtenstelsel voor melkvee is dat de productie van fosfaat onder het fosfaatplafond komt en blijft. Het stelsel richt zich uitsluitend op bedrijven met melkvee (diercategorie 100, 101 en 102) omdat de melkveehouderij na het schrappen van het melkquotum sterk is gegroeid. Hierdoor werd het productieplafond voor fosfaat overschreden.

Vanaf het moment dat het stelsel van fosfaatrechten in werking treedt, mag u met uw melkvee niet méér fosfaat produceren dan het aantal fosfaatrechten dat u heeft. Het stelsel van fosfaatrechten voor melkvee is een aanvulling op de al bestaande stelsels, zoals de gebruiksnormen en -voorschriften, de mestverwerkingsplicht en verantwoorde en grondgebonden groei melkveehouderij.Het stelsel van fosfaatrechten heeft een aantal overeenkomsten met de huidige stelsels. Zo wordt voor 'melkvee' de definitie aangehouden uit de Wet Verantwoorde Groei Melkveehouderij (VGM).  (bron: RVO)

Fosfaatrechten worden uitgedrukt in kilogrammen fosfaat: 1 recht is 1 kilogram fosfaat. Het aantal geregistreerde fosfaatrechten geeft aan hoeveel dierlijke mest met melkvee geproduceerd mag worden op een bedrijf in 1 kalenderjaar.

Heeft u op 2 juli 2015 melkvee gehouden? En heeft u op het moment dat het stelsel van kracht is een landbouwbedrijf?  Dan kunt u fosfaatrechten krijgen. Deze rechten worden toegekend aan degene die de dieren feitelijk heeft gehouden. Onder Berekenen fosfaatrechten leest u meer over de manier waarop wij uw fosfaatrechten gaan berekenen.

Niet voor alle runderen heeft u fosfaatrechten nodig. Hier leest u voor welke categorieën u wel of geen fosfaatrechten nodig heeft.

U heeft fosfaatrechten nodig voor:

  • Melk- en kalfkoeien: dit zijn koeien (bos taurus) die tenminste eenmaal hebben gekalfd en die voor de melkproductie of de fokkerij worden gehouden, met inbegrip van koeien die drooggezet zijn (cat. 100).
  • Koeien die worden vetgemest en in de mesttijd worden gemolken (cat.100).
  • Jongvee jonger dan 1 jaar voor de melkveehouderij, en vrouwelijke opfokkalveren voor de vleesveehouderij tot 1 jaar (cat.101).
  • Jongvee ouder dan 1 jaar: dit zijn alle runderen van 1 jaar en ouder, inclusief overig vleesvee, maar met uitzondering van roodvleesstieren en fokstieren (cat.102).

Onder jongvee (cat. 101 en 102) vallen bijvoorbeeld de volgende dieren:

  • Vrouwelijk jongvee jonger dan een jaar voor de melkveehouderij.
  • Mannelijk jongvee jonger dan een jaar voor de melkveehouderij.
  • Vrouwelijk jongvee voor de vleesveehouderij tot 1 jaar.
  • Vrouwelijke kalveren van weide- en zoogkoeien die gehouden worden als jongvee voor de vleesveehouderij.
  • Vrouwelijk en mannelijk jongvee ouder dan een jaar voor de melkveehouderij.
  • Overig vleesvee*, met uitzondering van roodvleesstieren en fokstieren.

* Pinken die op 2 juli 2015 ouder dan 2 jaar waren en waarbij tijdens de beoordeling van de reactie op de referentiegegevens blijkt dat het dier heeft afgekalfd, tellen mee bij de vaststelling van fosfaatrechten.

Heeft u een landbouwbedrijf en houdt u bedrijfsmatig één van bovenstaande categorieën melkvee op uw bedrijf? Dan heeft u voor het houden van die dieren fosfaatrechten nodig, ook al houdt u slechts enkele dieren.

U heeft geen fosfaatrechten nodig voor:

  • Weide en zoogkoeien: dit zijn koeien die ten minste eenmaal hebben gekalfd en geen melkkoe of kalfkoe zijn (cat. 120).
  • Witvleeskalveren van ca. 14 dagen tot ca. 8 maanden (cat. 112).
  • Startkalveren voor rosévlees of roodvlees (cat. 115).
  • Rosevleeskalveren van ca. 3 maanden tot ca. 8 maanden (cat. 116).
  • Rosevleeskalveren van ca. 14 dagen tot ca. 8 maanden (cat. 117).
  • Roodvleesstieren van ca. 3 maanden tot de slacht, dit is inclusief ossen en vrouwelijke dieren die op deze wijze worden gemest (cat. 122).
  • Fokstieren: dit zijn stieren van 1 jaar en ouder (cat. 104).

Deze dieren vallen immers niet onder de diercategorieën 100, 101 of 102.

Houdt u hobbymatig rundvee? Dit is toegestaan zolang de totale productie van uw mest door melkvee (categorie 100, 101, 102) maximaal overeenkomt met een jaarlijkse productie van 100 kilogram fosfaat in een kalenderjaar.

U krijgt in januari 2018 via het RVO een beschikking. Daarin staat hoeveel fosfaatrechten uw bedrijf krijgt. In de bijlage van deze beschikking kunt u zien hoe deze berekend zijn.


Bij de berekening van uw fosfaatrechten gebruikt het RVO per bedrijf de volgende gegevens:

•    aantal stuks melkvee op 2 juli 2015

•    melkproductie in 2015

•    gemiddeld aantal stuks melkvee in 2015

•    fosfaatruimte


U kunt meer lezen op de site van RVO.

    De generieke korting is eind 2017 definitief vastgesteld op 8,3%. Zo moet het aantal fosfaatrechten uiteindelijk uitkomen onder het sectorplafond voor melkvee: 84,9 miljoen kilo fosfaat.
      Voor wie geldt de generieke korting niet?
        Sommige bedrijven zijn uitgezonderd van de generieke korting, zoals grondgebonden bedrijven. Bedrijven met een klein overschot worden deels gekort. De compensatie voor alle andere knelgevallen is nog niet volledig duidelijk. Naar schatting 0,65 miljoen kilo fosfaat is beschikbaar voor andere knelgevallen. Dat komt neer op bijna 16.000 koeien met 41 kilo fosfaat per koe. (bron: Boerderij.nl)

        Voor de bepaling van grondgebondenheid wordt gekeken naar de fosfaatplaatsingsruimte en fosfaatproductie in 2015. Bedrijven met een relatief klein fosfaatoverschot (minder dan 8,3% overschot) worden alleen voor dat deel gekort.


        • Fosfaatruimte = de geregistreerde oppervlakte landbouwgrond bij RVO.nl in 2015 x de fosfaatgebruiksnorm in 2015 + de geregistreerde oppervlakte natuurterrein x de hoeveelheid fosfaat die op dat natuurterrein gebruikt mocht worden. 

        • Fosfaatproductie = het gemiddeld aantal stuks melkvee in 2015 x de forfaitaire norm in 2015. 

        Als de fosfaatproductie van melkvee lager is dan de fosfaatplaatsingsruimte is een bedrijf grondgebonden.


        In ieder geval voor bedrijven die aantoonbaar minder melkvee hadden op 2 juli 2015, bijvoorbeeld door ziekte van de ondernemer of dieren, of door schade aan stallen door storm of brand.

        Daarnaast zijn eind 2017 er nog twee extra groepen die in een afzonderlijke regeling zijn opgenomen. Dat gaat om gestarte bedrijven en bedrijven met buitengewone omstandigheden vanwege aanleg van natuur, wegen of andere nutsvoorzieningen. 

        De definitieve voorwaarden en informatie over aanmelden komt beschikbaar op www.RVO.nl. Knelgevallen moeten zichzelf aanmelden bij RVO.nl. Aanmelden moet in ieder geval in 2018, ook als een bijzondere situatie eerder al is meegenomen voor het fosfaatreductieplan.

        Heeft u fosfaatrechten en wilt u die overdragen? Vanaf 15 januari 2018 kunt u de overdracht van fosfaatrechten melden bij het RVO. Er is spraken van overdracht wanneer u de fosfaatrechten overdraagt aan een ander bedrijf met een ander Kamer van Koophandel nummer.

        Afroming

        Fosfaatrechten worden bij overdracht met 10% afgeroomd.

        Afroming vindt plaats bij:

        • Overdragen van losse fosfaatrechten.
        • De overdracht van fosfaatrechten bij bedrijfsoverdrachten of splitsingen.
        • Leasen van fosfaatrechten. Wanneer de heen- en de teruglease binnen 1 kalenderjaar plaatsvindt, dan wordt er één keer afgeroomd.

        Voorbeelden wanneer er wordt afgeroomd:

        1. Natuurlijk persoon die fosfaatrechten overdraagt naar NV/BV.
        2. Natuurlijk persoon die fosfaatrechten overdraagt aan persoon waarmee geen bloed- of aanverwantschap bestaat in de eerste, tweede of derde graad.
        3. Natuurlijk persoon die fosfaatrechten overdraagt aan een maatschap zonder een persoon waarmee bloed- of aanverwantschap bestaat in de eerste, tweede of derde graad.

        Afroming vindt niet plaats bij:

        • Erfopvolging
        • Een persoon waarmee bloed- of aanverwantschap bestaat in de eerste, tweede of derde graad.
        • Vorming van een man-vrouw maatschap, man-vrouw V.O.F. of man-vrouw CV. Dit geldt zowel voor een huwelijk als een geregistreerd partnerschap.
        • Bij overdracht van de fosfaatrechten naar het bedrijf waar ze eerder dat kalenderjaar vandaan kwamen.

        Voorbeelden wanneer er niet wordt afgeroomd:

        1. Natuurlijk persoon die zijn fosfaatrechten zelf inbrengt in maatschap met anderen.
        2. Natuurlijk persoon die fosfaatrechten overdraagt aan maatschap met een persoon waarmee bloed- of aanverwantschap bestaat in de eerste, tweede of derde graad (ongeacht wie er verder in zit).
        3. Natuurlijk persoon in een maatschap die de fosfaatrechten op naam van de maatschap overdraagt aan een persoon waarmee bloed- of aanverwantschap bestaat in de eerste, tweede of derde graad (geen bv/nv) (ongeacht of die in een maatschap zit).

        In principe komen de rechten van die dieren bij de inschaarder terecht. De uitschaarder kan verzoeken om die rechten (deels) op zijn naam te krijgen. De inschaarder moet daar wel mee instemmen. Zo’n verzoek moet voor fosfaatrechten vanaf 1 januari opnieuw gemeld worden, ook als dat eerder is gemeld voor het fosfaatreductieplan. Het formulier voor in- en uitscharen moet voor 1 april 2018 worden opgestuurd naar RVO.nl.

        Er zijn een aantal berekeningen van belang, om de juiste strategie voor uw bedrijf te bepalen. Naast de fosfaatruimte, is ook van belang uw mogelijkheden te weten na berekening van het bedrijfsoverschot, de mestverwerking en de eventuele verantwoording via de grond. Bij de aankoop van extra rechten, moeten ook andere kosten in beeld worden gebracht zoals extra eventueel extra benodigde grond, voer en mest. Pas dan kunnen eventuele groeiopties worden berekend.